Anbi-status van CGKV de Ontmoeting

A. Algemene gegevens

Naam ANBI: Christelijk Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te B.O.L.
Telefoonnummer: 0226-313566 (kerk) en 0226-315037 (koster)
RSIN/Fiscaal nummer: 002698699
Website adres: www.cgkv-deontmoeting.nl
E-mail: scriba@cgkv-deontmoeting.nl
Adres (tevens postadres): Dorpsstraat 128
Postcode: 1721 BP
Plaats: Broek op Langedijk

De Christelijk Gereformeerde Kerk (CGK) en de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (GKv) te Broek op Langedijk zijn per 1 januari 2018 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan. De naam van deze combinatie is CGKV ‘De Ontmoeting’. Het is een geloofsgemeenschap die behoort tot de Christelijk Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt). De gemeente van Broek op Langedijk is een streekgemeente. De ongeveer 600 leden zijn afkomstig uit 30 steden en dorpen in de omgeving van Langedijk. De naam van de kerk is “De Ontmoeting”, wat goed weergeeft wat wij willen zijn: leden van een levende gemeente, die het geloof in God met elkaar willen delen, elkaar willen ontmoeten en naar elkaar willen omzien. De gemeente is een zelfstandig onderdeel als bedoeld in artikel 2 boek 2 Burgerlijk wetboek en bezit rechtspersoonlijkheid. De kerkordes van beide kerkverbanden bevatten onder meer bepalingen omtrent het bestuur, de financiën, toezicht en (tucht)rechtspraak die gelden voor de kerkleden, de gemeenten en andere onderdelen van deze kerken. Op de site van de landelijke kerken vindt u deze kerkordes. Beide kerkverbanden hebben van de Belastingdienst een groepsbeschikking ANBI gekregen. Dat wil zeggen dat de afzonderlijke gemeenten en andere instellingen die tot deze kerkgenootschappen behoren zijn aangewezen als ANBI.

B. Samenstelling bestuur

Het bestuur van de kerkelijke gemeente ligt bij de kerkenraad en wordt gevormd door de ambtsdragers van deze gemeente. In onze gemeente telt de kerkenraad 20 leden, die worden gekozen door en uit de leden van de kerkelijke gemeente. De commissie van beheer/penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en de gebouwen van de gemeente.

C. Beloningsbeleid

De beloning van de predikant van onze gemeente wordt mede geregeld volgens advies van deputaten financiële zaken. Hier is het advies inzake de minimum predikantstraktementen en overige emolumenten voor de predikanten te vinden. De beloning van de overige medewerkers in loondienst, zoals kerkelijk werkers, kosters/beheerders, is geregeld in bijlage 48 (art 84 K.O.), daarbij wordt aangesloten bij de “Arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse kerk in Nederland”. De hierop betrekking hebbende regelingen zijn hier te vinden. Leden van kerkenraden, colleges en commissies ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Alleen werkelijk gemaakte onkosten kunnen op declaratiebasis worden vergoed.

D. Voorgenomen bestedingen

De verwachte bestedingen (begroting) sluiten als regel nauw aan bij de rekeningen over de voorgaande jaren. Het plaatselijk kerkenwerk (of kerk-zijn) vertoont een grote mate van continuïteit: de predikanten of andere werkers verrichten hun werkzaamheden, kerkdiensten worden gehouden en ook andere kerkelijke activiteiten vinden plaats. In de kolom begroting in het overzicht onder punt E is dit cijfermatig in beeld gebracht.

E. Verkorte staat van baten en lasten met toelichting

Klik hier voor meer informatie.

Toelichting

Kerkgenootschappen en hun onderdelen zorgen in Nederland zelf voor de benodigde inkomsten voor hun activiteiten. Aan de kerkleden wordt elk jaar via vrijwillige bedragen gevraagd om hun bijdrage voor het werk van de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren. Een groot deel van de ontvangen inkomsten wordt besteed aan pastoraat, in de vorm van salarissen voor de predikant en eventuele kerkelijk werkers en aan de organisatie van kerkelijke activiteiten. Daarnaast worden de ontvangen inkomsten ook besteed aan het in stand houden van de kerkelijke bezittingen, benodigd voor het houden van de kerkdiensten (zoals onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen) en aan de kosten van de eigen organisatie (salaris koster, eventueel overig personeel, vrijwilligers) en bijdragen voor het in stand houden van het landelijk werk.